ontwikkeling tracht te brengen. Zij vreest, dat door de vorming van spaar- en kredietcoöperaties con currentie met dat systeem zal ontstaan. Tot nu toe heeft de regering van dit land geen toestemming verleend voor aanvaarding van de hulp die onze stichting aanbood. In Ghana daarentegen heeft men de steun met beide handen aangegrepen. Van het in 1968 ter beschikking gestelde bedrag 6.300 zijn inmiddels twee fieldmen aangesteld en kon tevens een auto worden aangeschaft. Kortgeleden ontvin gen wij uitvoerige rapporten over de werkzaam heden van de fieldmen. De hoofdpunten daaruit geven wij hieronder weer. Doch eerst willen wij ter informatie een paar aantekeningen maken over het land zelf. Ghana is een land met ruim 7 miljoen inwoners en het bestrijkt een gebied dat bijna 7 x zo groot is als Nederland. Het land werd op 1 juli 1960 een republiek, nadat het daarvoor eerst als kolonie, daarna als dominion deel had uitgemaakt van het Britse Gemenebest. De vroegere naam van dit land was Goudkust. Het land is tamelijk rijk aan mineralen, onder an dere goud, diamant, mangaan en bauxiet. Het be schikt over belangrijke potentiële mogelijkheden voor welvaartsontwikkeling. De Ghanezen hebben in dit opzicht nog een lange weg af te leggen. Het land is nog overwegend een landbouwstaat met als hoofdprodukt voor de wereldmarkt cacao. De verbouw geschiedt door kleine inheemse onder nemers. Andere exportgewassen zijn olie en kokospalm, bananen, citrusvruchten en kolanoten. De belangrijkste landbouwgebieden liggen in het zuidelijke deel. Dit is het meest vruchtbare deel van Ghana. Meer noordelijk doet de invloed van de woestijn zich reeds gelden. Het land bestaat daar overwegend uit savannen. In 1955 is de eerste credit union in Ghana op gericht. Geleidelijk is het aantal toegenomen. Ultimo 1968 waren er 25 verenigingen, welke onder toezicht stonden van de centrale organisatie in Ghana. Voor de verdere ontwikkeling werd het van het grootste belang geacht, mensen aan te stellen die „veldwerk" konden verrichten. De centrale Ghanese Credit Union-organisatie is in juni van het vorig jaar overgegaan tot het oproepen van sollicitanten voor „fieldorganiser". De ter beschikking gestelde middelen lieten het toe een tweetal personen aan te stellen, namelijk een voor het zuiden van Ghana en een voor het noordelijk deel van het land. Per 1 oktober kon de eerste fieldman worden benoemd, de heer Quainoo, die bij het onderwijs betrokken was en de credit unions reeds van nabij kende. Later, namelijk per 1 januari 1969 volgde ook de benoeming van de noordelijke fieldman, de heer Ch. Dongyiri. Beide personen kregen assistentie van een lid van het Peace Corps Volunteers van de Verenigde Staten. Er zijn dus twee teams werkzaam onder leiding van de centrale Ghanese Credit Union-organisatie. Het werk van de teams bestaat overwegend uit drie taakopdrachten: 1. Het opleiden van mensen geschikt voor be stuursfuncties en voor de administratieve uit voering; 2. het inspecteren en begeleiden van bestaande credit unions; 3. het bevorderen van de oprichting van nieuwe verenigingen. Het spreekt voor zichzelf dat de twee teams be gonnen zijn met een grondige oriëntatie omtrent 433

Rabobank Bronnenarchief

blad 'De Raiffeisen-bode' (CCRB) | 1969 | | pagina 15