De Belgische Boerenbond men. Van de genoemde termijnen kan in indivi duele gevallen worden afgeweken. Door de emigranten gezinshoofden of zelf standige beroepsbeoefenaars kan bij vertrek een montagewoning worden medegenomen, welke een maximale waarde mag vertegenwoor digen van 10.000.en die van Nederlands fabrikaat dient te zijn. Als men een montage woning heeft medegenomen, wordt het hier boven genoemde bedrag van 8.000.ver laagd tot 5.000. 1 let is alle emigranten voorts toegestaan bij hun vertrek eigen inboedel (huisraad) mede te ne men. waaronder ook worden begrepen gereed schappen van kleine zelfstandigen. Emigranten, die kunnen aantonen, dat zij zich als zelfstandigen hebben gevestigd of zullen vestigen en reeds eerder doch na Mei 1945 zijn vertrokken, kunnen alsnog een bedrijfs- inventaris uit Nederland betrekken tot een maximale waarde van 8.000.of voor elke f 1.000.minder aan goederen, een bedrag van 190.aan deviezen opvragen. Als bewijs van zelfstandige vestiging dient te worden overgelegd een verklaring van de Ne derlandse consul, de Nederlandse immigratie- attachee of een ander officieel persoon, waar uit een en ander blijkt. Bij aankoop van een bedrijfsinventaris dient tevens een pro forma- factuur te worden overgelegd, terwijl bij het aanvragen van een vergunning moet worden op gegeven wanneer men is vertrokken en aan welk adres men het laatst in Nederland woonachtig was. De waarde van een reeds eerder medegenomen bedrijf sinventaris wordt op dit bedrag in min dering gebracht. Bovenstaande regeling wordt niet met terug werkende kracht toegepast op het overmaken van gelden naar het buitenland voor emigranten, die zich niet zelfstandig aldaar hebben ge vestigd. Ter verduidelijking diene nog, dat men alleen In de beschouwing over het landbouwcrediet in België, welke wij opnamen in de nummers van ons blad van November 1949 en Januari 1950, treft men de vermelding aan eerst van de Mid- denkredietkas van de Belgische Boerenbond en later die van de Centrale Kas voor Landbouw krediet van de Belgische Boerenbond. voor het aankopen van deviezen bij vertrek ge bonden is aan bepaalde landen. Deze beperking geldt niet ten aanzien van de overboekingen na het vertrek van de emigrant. Bemiddeling der boerenleenbanken Voor alle deviezenzaken, waarmede emigranten te maken hebben, zullen zij de hulp van een deviezenbank moeten inroepen. Als zodanig zijn de Centrale Banken te Eindhoven en Utrecht aangewezen, terwijl aan de aangesloten boeren leenbanken dezelfde rechten zijn toegekend. Emigreren uit een bepaald dorp meerdere per sonen tegelijkertijd, dan heeft het voor hen nut zich gezamenlijk tot de plaatselijke boerenleen bank te wenden. Het is dan namelijk mogelijk, dat de Centrale Bank het afgeven der reis- cheques, het aantekenen in de paspoorten en het intrekken van de deviezenvergunningen aan de betrokken boerenleenbank kan overlaten en de afzonderlijke opzending van alle benodigde be scheiden naar de Centrale Bank achterwege kan blijven. Wij dringen er op aan, dat de betrok ken boerenleenbank in dergelijke gevallen tevoren tijdig overleg pleegt met de Centrale Bank, opdat deze laatste de nodige instructies aan de boerenleenbank kan geven. Aan aanstaande emigranten uit te reiken vouwblad Ten slotte vestigen wij de aandacht der aan gesloten banken er nog op, dat door de Centrale Bank geheel kosteloos een kleurig vouwblad ter beschikking wordt gesteld ter verspreiding on der aanstaande emigranten. Deze verspreiding kan zeer goed in groepsverband plaats hebben, doordat de bank op haar beurt deze vouwbladen weer ter beschikking stelt van de plaatselijke landbouworganisaties ter verspreiding onder haar leden. Bestellingen voor dit vouwblad kunnen worden gericht aan de afdeling Materiaal der Centrale Bank. Op de toevoegingen „van de Belgische Boeren bond" zijn wij toentertijd niet ingegaan. Nu wij echter dezer dagen in het bezit kwamen van het gedenkschrift „De Belgische Boerenbond jubi leert", uitgegeven ter gelegenheid van het zestig jarig bestaan van deze bond, leek het ons goed op een en ander nog wat nader terug te komen. I

blad 'De Raiffeisen-bode' (CCRB) | 1951 | | pagina 15