QAIFFEISEN-BODE HET BEHEER EENER BOERENLEENBANK. INHOUD: REDACTIONEEL GEDEELTE. OFFICIÉÉL ORGAAN VAN DE COÖPERATIEVE CENTRALE RAIFFEISEN-BANK TE UTRECHT ZIE MEDEDEELINGEN OP BLZ. 14 a. Redactioneel Gedeelte. 1Het Beheer eener Boerenleen- c. Van de Materiaal-afdeeling. 1Nieuwe formulieren. 2. bank (vervolg). 2. Wijziging der Zegelwet. 3. Vraag en Kaartje „posten'' zak-agenda cadeau! Antwoord. 4. Geld- en Effectenmarkt. 5. Boekbespreking. d. Nieuwsberichten. Jubileum Wommels. b. Mededeelingen. 1. Spreekuren Juridisch Bureau. 2. Va- cantie Kassiers. e. Advertentiën. Hoofdstuk III. Voorschot- en Credietverleening. (Vervolg). DRIE EN TWINTIGSTE JAARGANG No. 2 AUGUSTUS 1937 REDACTIE EN ADMINISTRATIE KR NIEUWE GRACHT 29 UTRECHT TELEF. 15867 h VERSCHIJNT DEN EERSTEN VAN IEDERE MAAND ABONNEMENT F 0.50 PER JAAR LOSSE NUMMERS 10 CENT FRANCO PER POST Einde der borgtocht. De gewone wijze, waarop de borgtocht eindigt, is bij een voorschot algeheele afdoening ervan (met rente en eventueele kosten) bij een crediet in loopende rekening: beëindiging van het crediet en betaling van het geheele debetsaldo (met rente en eventueele kosten). Bij een crediet in loopende rekening brengt betaling van het debetsaldo op zich zelf nog geen beëindiging van de borgtocht mede, omdat het ,,op nul" komen der reke ning niet altijd het einde van het crediet beteekent. Vol gens onze nieuwe credietformulieren brengt die betaling alleen dan de beëindiging van het crediet mede, wanneer de credietnemer of de borgen bij de betaling uitdrukkelijk te kennen geven, dat die beëindiging zijn of hun bedoeling is. Zulk een bepaling ontbreekt in de oude formulieren, op welke op het oogenblik nog de meeste uitstaande cre- dieten zijn gebaseerd, zoodat men, wat deze credieten betreft, naar redelijkheid zal moeten beslissen, wanneer de beëindiging plaats grijpt. Het volgende zouden wij als leidraad (niet als „wet van Meden en Perzen") willen geven wanneer de credietnemer „op nul" komt te staan, in den loop van een jaar, zonder rente en eventueele pro visie tot den datum, waarop hij „op nul" komt, te betalen, eindigt het crediet voorloopig niet wanneer hij echter tegelijk, of daarna, ook rente en provisie betaalt, zoodat hij niets meer schuldig is, is het crediet wel geëindigd. Wanneer hij gedurende geruimen tijd wij zouden zeg gen een half jaar na het „op nul" komen zonder be taling van rente en provisie, niet meer met zijn rekening werkt, moet o.i. het crediet ook als geëindigd worden beschouwd en moet de credietnemer niet meer worden toegelaten om opnieuw geld op te nemen. De borgtocht kan ook gedeeltelijk eindigen namelijk door gedeeltelijke aflossing van het voorschot of vermin dering van het crediet. Dit spreekt van zelf. Een eenmaal verminderd (ingeperkt) crediet mag dus niet meer tot de oorsponkelijke hoogte worden opgevoerd, zonder dat de borgen hiervoor opnieuw teekenen gebeurt het zonder dat de borgen ervoor teekenen, dan zijn zij voor het be drag, dat de credietnemer verschuldigd is boven het be drag, waartoe het crediet is verminderd, niet aansprake lijk. (Bij crediethypotheek, worde in het voorbijgaan op gemerkt, is dit anders; de hypotheek dekt óók de opnamen boven een eventueele vermindering.) Wanneer men tijdelijk een crediet wil inperken en zich de mogelijkheid wil voorbehouden om het crediet weer tot de oorspronkelijke hoogte terug te brengen zonder dat de borgen hierin moeten worden gekend, zal men het dus moeten doen in zoodanigen vorm, dat de borgen nooit kunnen zeggen het crediet is eenmaal verminderd, en wij zijn voor de daarop gevolgde verhooging niet aan sprakelijk. Men zal het dus moeten doen b.v. in den vol genden vorm men bericht den credietnemer, dat hij tijdelijk slechts tot dat en dat bedrag zal mogen be schikken. De borgtocht eindigt niet alléén door algeheele aflos sing van het voorschot of beëindiging van het crediet. Zij kan b.v. ook eindigen door het verleenen van ontslag aan den borg. Het spreekt vanzelf, dat men hiermede altijd zeer voorzichtig moet zijn. Wanneer b.v. een borg 10 °/o aanbiedt tegen ontslag uit zijn borgtocht, is het ten zeerste gewenscht om dit aanbod, ook al is het redelijk, alleen te aanvaarden met schriftelijke toestemming van den mede- borg. Weliswaar kan men deze volgens de wet voor de resteerende 90 °/o aansprakelijk houden, ook al geeft men den anderen borg ontslag zonder zijn toestemming, maar het is o.i. moreel onjuist om over de belangen van een borg te beschikken (en dat doet men feitelijk, wanneer men den anderen borg ontslag verleent) zonder hem erin te kennen. Alleen wanneer het ontslag van den borg het gevolg is van een gerechtelijk accoord (een accoord, aangeboden tijdens het faillissement of een surséance van betaling), is het raadplegen van den medeborg niet noodig. Immers een gerechtelijk accoord is omringd door waarborgen, dat de borg geen ontslag krijgt voor een te gering percentage de medeborg kan hier dus nooit bezwaar tegen maken. Iets, dat zeer veel aan beëindiging der borgtocht doet denken, doch het in werkelijkheid niet is, is de zooge naamde vermenging der kwaliteiten van borg en schulde naar, die ontstaat, doordat de schuldenaar erfgenaam van den borg wordt. Wanneer de borg overlijdt en de schulde naar is zijn eenige erfgenaam en erft zoodoende ook de borgtocht, wordt hij als het ware borg voor zich zelf, en

Rabobank Bronnenarchief

blad 'De Raiffeisen-bode' (CCRB) | 1937 | | pagina 1