uit onze historie
Naar het land van de Pompeblêden
Terugblikkers reis door het land van de pompeblêden loopt ten einde in
Jubbega-Schurega, dat iets ten noordwesten van Heerenveen gelegen is.
Het is niet bekend of zich daar bijzondere dingen hebben afgespeeld. Hope
lijk is dat niet het geval want, zover geschiedenis in folianten is vastgelegd,
is de historie van woongemeenschappen dikwijls geschreven met bloed en
tranen.
Voor ons is het voorlopig voldoende om I
te weten dat:
'Op 26 juli 1907, compareerden voor
mij, Martinus Leonardus Spruyt...' enz.
enz.
Jan Sytzes van der Brug, gemeenteveld
wachter, Andries Lapstra, veehandelaar,
Hendrik Hessels Stelwagen, bakker,
Dirk Lebbing, landbouwer, Dirk Elzing,
timmerman, Jan Mertens Blauw, kaste
lein, Hendrik Romkes van Dam, land
bouwer, Douwe Hans Zandstra, direc
teur ener zuivelfabriek en Jan bij de Ley,
onderwijzer.
Dit gevarieerde gezelschap uit Jubbega-
Schurega werd nog versterkt door:
Sake Kromhout, landbouwer, Jacob de
Vries, hoofd eener openbare lagere
school en Abraham Bergsma, landbou
wer, welk drietal in Hoornsterzwaag
woonde.
Door hen werd de Coöperatieve Boeren
leenbank Jubbe-Schurega en Hoorn
sterzwaag, gevestigd te Schoterland,
opgericht met als doelstelling: de verbe
tering van het landbouwbedrijf, het
voorschieten van gelden aan vertrouw
bare medeleden, gelegenheid geven om
beschikbaar geld veilig te beleggen en
het vormen van een fonds.
Duidelijk antwoord
Getuigen van deze plechtigheid waren
Hanke Bijlsma, oproeper te Kortezwaag
en Jan Hes, postbode te Jubbega-Schu
rega, waarna de Bank haar werkzaam
heden kon gaan aanvangen.
Vóóraf was echter, om goed beslagen
ten ijs te kunnen komen, door de heer
Bij de Ley gevraagd hoe bij eventuele li
quidatie de bankzaken afgewikkeld
moesten worden. Deze heer, die zeker
heid blijkbaar stelde bóven een, mis
schien ongegrond, optimisme, ontving
op 22 mei 1907 een duidelijk antwoord
(zie afgebeelde brief).
Op de eerste ledenvergadering - waar
van Terugblikker geen notulen kon in
zien - werd blijkbaar de heer Jan bij de
Ley als kassier benoemd. Op 1 oktober
1907 werd zijn arbeidsovereenkomst
ondertekend, waarbij hij alle boeken en
bescheiden, benevens alle gelden in
kas, zijnde nul gulden, onder zich kreeg.
Hij kreeg wel een salaris 'volgens het
puntenstelsel', moest een borg stellen
en kreeg ook een hoeveelheid verant
woordelijkheden met mogelijke straf
sancties bij niet naar behoren vervullen
van deze hoogst belangrijke functie.
De ledenvergadering van 30 april 1908
vond goed dat men minstens een
maand lid dient te zijn voordat men een
voorschot kan krijgen. Dat kan bevorde
ren dat vooraf de soliditeit eens in een
bestuursvergadering is besproken want
'men heeft vaak dezen gang: iemand
heeft geld noodig, hij vraagt lid te wor
den en wenscht liefst zoo spoedig mo
gelijk, over enkele dagen de noodige
centen. Die toestand mag niet worden
bestendigd. leder belanghebbende
moet vóóruit zien...'
De vergadering meent ook dat 'Recla-
meschilden, uitgegeven door de Centra
le... een maatregel is die de propaganda
voor onze zaak... en het bevorderen van
het storten van spaargelden in onze
kassen ten goede kan komen...'
Op de Algemene Vergadering te Utrecht
kwam naar voren dat de geldzendingen
aan en van de Centrale en de overige
correspondentie per post een belangrijk
deel van de winsten wegnemen.
Men zou best willen zien dat de Centra
le Bank dientengevolge vrijdom van port
zou trachten te verkrijgen.
Tot heden toe is dat blijkbaar nog niet
gelukt.
In zijn slotwoord zegt voorzitter dat het
beslist wenselijk is dat ieder, die in onze
COOPKRATim
CiSHTBAU RAIKFKISKN-BASK,
(DE CENTRALE BANK.)
TE
UTRECHT.
BOOTNSTRAAT 14.
oC- 6-<~
4c-Vi~Z~
£->yZ"T-rv
41 id 0t 4 f