mee overheid, bedrijven en particulieren ge diend zijn. Bij de beschouwing over het overleg tussen bankgiro en postgiro vraagt mr. Van Campen zich af of de automatische appara- turen van zowel de bankgirodienst als de PCGD niet op elkaar zouden kunnen worden afgestemd. Voorts zouden de overheid en de grote bedrijven in hun betalingen, met name loon- en salarisbetalingen, geen van beide girocentrales mogen uitsluiten. BUNING: ONGELIJKHEID IN DE CONCURRENTIE De heer Buning begon zijn inleiding op de NIBE-dag mette beklemtonen dat de spaarban ken sociale instellingen zijn en willen blijven. Hun sociale taak komt tot uiting in de oprich ting van het Gezinsbegrotingsinstituut, in de bevordering van het school- en bedrijfsspa- ren, en in het grote aantal kleine rekeningen: een gemiddeld saldo per rekening van 1.400 gulden (bij de boerenleenbanken 2.100gulden), 45 procent van de rekeningen hebben een saldo beneden 100 gulden en 75 procent be neden de 1.000 gulden. Dr. Buning conclu deerde dat de spaarbanken met een geringe rentemarge genoegen moeten nemen. Er zijn ook voor de spaarbanken grote veranderingen opgetreden, enerzijds doordat de handelsban ken spaargelden zijn gaan aantrekken en an derzijds doordat de sector van de middelbare inkomens, die zeer sterk is uitgebreid, meer mogelijkheden tot sparen heeft gekregen. Voorts hebben de sociale voorzieningen de spaarmogelijkheden vergroot. Vooral de twee laatste factoren hebben de spaarbanken ge noodzaakt hun dienstenpakket aan te passen, onder andere door de mogelijkheid te bieden tot het openen van termijnrekeningen en giro spaarrekeningen, door aan- en verkoop van deviezen en reischeques, bemiddeling bij ver zekeringen, het verhuren van kluisloketten, het verstrekken van persoonlijke leningen en kleine hypotheken, en door bemiddeling in de aan- en verkoop van effecten. In organisato risch opzicht blijken de snelle aanpassingen van de spaarbanken onder andere uit het op richten van de Stichting Spaarpropaganda, de Coöperatieve Administratiecentrale en het Coöperatief Beleggingsfonds, die straks ge bundeld zullen worden in de Bank der Bonds spaarbanken. Tot voor kort was in het kader van de Wet Toezicht Kredietwezen alleen het bedrijfseco nomisch toezicht van toepassing op de spaar banken; doordat de spaarbanken zich ook op het betalingsverkeer gaan toeleggen, zullen ook de regels van het algemeen economische toezicht van kracht worden. De solvabiliteits- normen houden voor de spaarbanken in dat zij voor het merendeel moeten beleggen in goud gerande waarden, die, aldus dr. Buning, rela tief gezien een lager rendement opleveren. De belastingplannen van de regering, zo stel de dr. Buning, zullen de rentemarge en daar mee de reservevorming in het gedrang bren gen. Tevens ontkende dr. Buning dat de reser ves bij de spaarbanken een redelijk peil zou den hebben bereikt. Wij hebben het voor de Rijkspostspaarbank als redelijk geacht reser- 372

blad 'de boerenleenbank' (CCB) | 1969 | | pagina 14