7oi De onkosten stegen in sterke waarop zij betrekking hebben, re mate dan bij een vergelijking anderdeels hangt dit samen met van de desbetreffende cijfers de verhoogde bijdragen van de met die van het voorafgaande boerenleenbanken in de inspec- boekjaar aanvankelijk lijkt. In tiekosten, die in 1955 over een werkelijkheid stegen de onkos geheel jaar verschuldigd waren, ten met ongeveer 160.000, anders dan in 1954 toen zulks meer dan de Verlies- en Winst nog slechts voor een half jaar rekening aangeeft. Eendeels is het geval was. De stijging van dit een gevolg van een gewijzig de onkosten was in overwegen- de boeking van overlopende kos de mate het gevolg van salaris ten, die sedert 1954 worden ge verhogingen en uitbreiding van boekt ten laste van het boekjaar, het personeel. De Verlies- en Winstrekening vertoont het navolgende beeld: '955 1954 Onkosten 1.644.363,17 1.626.336,18 Voorzieningen inz. Pensioenrege lingen 244.246,28 143.955,83 Storting Onderling Waarborgfonds 5.000, Storting Steunfonds Boerenleen banken Afschrijving Onroerende Goederen Afschrijving gebouwen 57.060,50 Bouwreserve Reserve voor Bedrijfsrisico's Reserve voor Belastingen Nadelig saldo Koersverschillen Be leggingen 136.465,13 508.174,85 Winst 482.301,33 4.089.436,41 4.223.923,97 1955 r954 Rente 3.645.387,02 3.711.118,41 Provisiën 437.103,99 497.720,— Andere baten 6.945,40 15.085,56 4.089.436,41 4.223.923,97 5.000, 10.000,— 10.000, 20.000, 118.252,29 400.000,— 4OO.OOO, 250.000, 2 50.000, 860.000, 85O.OOO, 292.204,82

Rabobank Bronnenarchief

blad 'Maandelijkse Mededelingen' (CCB) | 1956 | | pagina 5