29 Gedurende het verslagjaar werden door de Stichtingen Spaarbank van de aangesloten boe renleenbanken 100.000 spaarboekjes uitgereikt, zodat per ultimo 1959 het totaal aantal uit staande boekjes 782.000 bedroeg. Het gemiddeld uitstaand tegoed op een spaarboekje bedraagt per ultimo 1959 1.737 tegenover 1.699 per 31 december 1958. De volgende rentetarieven werden door ons aan de Stichtingen Spaarbank van de boeren leenbanken geadviseerd: Dadelijk opvraagbare spaargelden 3 Deposito's met een opzeggingstermijn van zes maanden3*4% Deposito's met een opzeggingstermijn van twaalf maanden%Vi% Voor 1960 werden de boerenleenbanken geadviseerd dezelfde rentetarieven te handhaven, zoals deze golden voor 1959. Teneinde aan de concurrentie van de handelsbanken, welke instellingen zich in de loop van het verslagjaar in steeds sterkere mate hebben begeven op het terrein van het aantrekken van spaargelden, het hoofd te kunnen bieden, werd bij de aangesloten boerenleenbanken met ingang van 1 januari 1960 een begin gemaakt met de uitgifte van rente-spaarboekjes. De rentevergoeding voor deze spaarboekjes werd vastgesteld op 3V4%- Voor het doen van inlagen en van terugbetalingen op deze rente-spaarboekjes gelden meer stringente voorwaarden dan op de gewone spaarboekjes. Bij de bevordering van het spaarbankbedrijf ondervonden de boerenleenbanken grote steun van de voorlichting, die daaromtrent werd gegeven en de propaganda die daarvoor werd gevoerd. Over de middelen, die daartoe werden gebezigd, wordt meer uitvoerig gerapporteerd onder het hoofd „Voorlichting en Propaganda". 28 Verloop van de spaargelden bij de aangesloten boerenleenbanken (in duizenden guldens, exclusief rente) 1959 1958 Inlagen Terug betalingen Saldo inlagen Saldo terugbe talingen Inlagen Terug betalingen Saldo inlagen Saldo terugbe talingen januari 67.640 40.932 26.708 60.399 44.393 16.006 februari 52.184 34.155 18.029 45.855 34.443 11.412 maart 48.867 40.407 8.460 49.424 36.743 12.681 april 49.725 47.085 2.640 39.642 39.293 349 mei 53.167 42.434 10.733 47.300 38.516 8.784 juni 54.003 41.438 12.565 42.696 33.192 9.504 juli 63.957 44.103 19.854 53.016 34.501 18.515 augustus 56.284 39.291 16.993 50.034 30.138 19.896 september 53.065 42.358 10.707 46.210 32.644 13.566 october 55.165 44.984 10.181 49.196 37.854 11.342 november 55.432 43.397 12.035 47.838 35.125 12.713 december 71.023 56.197 14.826 66.677 45.087 21.590 680.512 516.781 163.731 598.287 441.929 156.358 Gemiddeld per maand 56.709 43.065 49.857 36.827 Totaal der toevertrouwde spaargelden per 31 december 1959 (zonder bijgeschreven rente) 1.322.426 Bijgeschreven rente per 31 de cember 1959 36.960 Totaal spaargelden 1.359.386 Totaal der toevertrouwde spaargelden per 31 december 1958 (zonder bijgeschreven rente) 1.127.625 Bijgeschreven rente per 31 de cember 1958 31.070 Totaal spaargelden 1.158.695 Totaal inlagen Totaal terugbetalingen Totaal saldo inlagen Stand per 31 dec. incl. bijgeschreven rente 1952 273.945 249.598 24.347 573.303 1953 274.615 244.763 29.852 614.793 1954 292.372 244.871 47.501 677.431 1955 348.955 263.493 85.462 779.693 1956 373.267 316.427 56.840 856.333 1957 476.010 390.754 85.256 967.389 1958 598.287 441.929 156.358 1.158.695 1959 680.512 516.781 163.731 1.359.386

Rabobank Bronnenarchief

CCB09 | 1959 | | pagina 17